Telefoonnummers

algemene informatie 033-850 5050
afspraken 033-850 6070

Behandeling

Het doel van de behandeling is het verkrijgen van een voet die plat neergezet kan worden en waar goed op gelopen kan worden. De afwijkende vorm van de klompvoet gaat met de behandeling nooit helemaal weg.

In alle gevallen worden klompvoeten behandeld met “redressietechnieken”, een methode om de voet geleidelijk aan in de goede stand te duwen, zonder te forceren. De zogenaamde Ponsetimethode wordt op dit moment het meest toegepast. Dat gebeurt bij voorkeur met gips.

 

Bij de behandeling volgens Ponseti wordt het voetje in vijf à zes weken in de goede stand gebracht. Dit gebeurt door het wekelijks ‘ingipsen’ van het hele beentje. Aan het eind van deze periode is meestal een kleine ingreep nodig: het doorhalen van de achillespees. Dit is een eenvoudige en kleine poliklinische operatie onder plaatselijke verdoving. De ouders mogen dan bij hun kindje blijven. Aansluitend aan deze ingreep gaat het beentje weer in het gips, voor een periode van drie weken. Dan wordt een brace aangemeten die drie maanden dag en nacht gedragen moet worden. Na deze periode zal de brace alleen ’s nachts en tijdens de slaapjes gedragen moeten worden, tot de leeftijd van vier jaar.

 

Na het verwijderen van het laatste gips wordt beoordeeld of de voet verder met een brace behandeld kan worden. Slechts in 1% van de gevallen is dan toch een operatie nodig. Als het kind een paar jaar loopt en de voet toch steeds naar binnen blijft trekken (6-8%) wordt een onderhuidse peesverplaatsing geadviseerd.