Telefoonnummers

algemene informatie 033-850 5050
afspraken 033-850 6070

Beschrijving

Als na de geboorte blijkt dat het heupgewricht niet goed ontwikkeld is, is er sprake van een aangeboren heupafwijking.. De heupkom is dan niet diep genoeg en omsluit de heupkop niet goed waardoor de heupkop gemakkelijk uit de ondiepe kom kan glijden (heupdysplasie). Het is zelfs mogelijk dat de heupkop helemaal niet meer in de kom komt, dan is er sprake van een heupluxatie.

 

De exacte oorzaak van heupdysplasie is onduidelijk. Heupdysplasie komt voor bij 2 op de 100 pasgeborenen. Heupdysplasie komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens, vaker bij kinderen die in stuit hebben gelegen en het komt vaker in families voor, bij ouders en broertjes of zusjes. Heupdysplasie kan er uiteindelijk toe leiden dat een kind moeite krijgt met lopen en later, op jongvolwassen leeftijd, kan het zorgen voor vroegtijdige slijtage van de heup (artrose).

 

Tijdige behandeling van heupdysplasie en heupluxatie geeft in veruit de meeste gevallen een goed resultaat. Vrijwel alle behandelde kinderen ontwikkelen een goed heupgewricht en kunnen een normaal leven leiden.

 

De behandeling bij heupluxatie
Als de heup echt uit de kom is, kan met een bandage worden geprobeerd de heup weer in de kom te krijgen. Als dit na enige weken niet is gelukt, is een tractiebehandeling nodig. Dit gebeurt meestal tijdens een het ziekenhuisopname. Het kind ligt hierbij op bed, met de beentjes in de lucht. Aan de beentjes worden gewichtjes bevestigd, waardoor de verkorte spieren van het heupgewricht voorzichtig worden opgerekt. Hierna volgt een periode waarbij de beentjes elke dag iets verder worden gespreid. Deze tractiebehandeling duurt over het algemeen twee tot drie weken, afhankelijk van de ernst van de afwijking. Deze behandeling is niet pijnlijk. Na deze behandeling wordt meestal voor een periode van tweemaal zes weken een bekkengips aangelegd. Het aanleggen gebeurt onder narcose, eventueel met röntgencontrastonderzoek (artrogram) om te kijken of de heup goed in de kom zit. Door deze behandeling wordt het gewrichtskapsel dan stevig genoeg. De kop kan er daarna niet meer uitglijden. Na de gipsbehandeling volgt vaak nog een aantal weken behandeling in een spreidbroek.

 

Operatie
Als er weefsel aanwezig is tussen heupkop en heupkom en als tractiebehandeling niet helpt, kan een operatie nodig zijn. Hierbij wordt het weefsel verwijderd en wordt de kop in de kom geplaatst. Soms wordt tijdens de operatie een tweede ingreep verricht. Omdat de heupkom ondiep is, wordt dan een stukje bot uit de bekkenkam boven in de heupkom gezet, zodat de kom zich sneller kan ontwikkelen.