Telefoonnummers

algemene informatie 033-850 5050
afspraken 033-850 6070

Carpaal Tunnel Syndroom

Het Carpaal Tunnel syndroom (CTS) komt vaak voor. Voor behandeling komt u via de neuroloog bij de poli Plastische Chirurgie. Is een operatieve behandeling nodig, dan kunt u zich hierop voorbereiden via een speciale behandel-app. Deze is onderdeel van de Mijn Meander app. Meer informatie vindt u onder Mijn Meander.

In de behandel-app kunt u een aantal filmpjes bekijken. Bekijk de filmpjes.

U kunt ook de folder CTS of de veelgestelde vragen bekijken. 

 

Wat is het carpaal tunnel syndroom?
In de pols loopt een van de twee grote hand zenuwen (de nervus medianus) door een tunnel “het carpale tunnel” naar de hand. Bij carpaal tunnel syndroom is de nervus medianus bekneld onder een band (ligament nl “flexor retinaculum”) in de pols. Door deze tunnel lopen ook de buigpezen van de duim en vingers. De beknelling van de zenuw ontstaat door verdikking van het bindweefsel in het peesblad, waardoor de druk op de zenuw in de tunnel toeneemt.
 

 

Er zijn meerdere oorzaken waardoor deze zenuw klem kan komen te zitten in de tunnel, bijvoorbeeld overbelasting, ziektebeelden zoals diabetes mellitus (suikerziekten), jicht en reuma en tijdens zwangerschap. Vaak wordt geen duidelijke oorzaak gevonden.

 

Wat zijn de klachten?
Omdat de nervus medianus invloed heeft op gevoel en beweging in de hand kunnen beiden beïnvloed worden door de beklemming. De gevoelszenuwen liggen meestal dichterbij het ligament en zijn dus meestal eerder aangedaan. Meestal krijgen patiënten tintelingen in hun duim, wijs- en middenvinger. Deze klachten kunnen vooral 's nachts optreden en de patiënt wakker houden. Door de hand wat “los te schudden” kunnen de klachten vaak verdwijnen. Deze tintelingen kunnen later overgaan in een “doof” gevoel in het betreffende gebied.
 

Patiënten kunnen ook pijn in de handpalm ondervinden die kan uitstralen naar de onderarm, elleboog en schouders. Patiënten klagen ook dat ze vaak wat “onhandiger” zijn en dat ze vaker voorwerpen uit hun handen laten vallen. Krampen kunnen in de handspieren in de duimmuis regio voorkomen. Patiënten geven ook vaak aan dat ze huidskleur veranderingen ondervinden en dat ze klachten van koude intolerantie krijgen.
 

Hoe stellen we een diagnose?
Het vaststellen van een diagnose gebeurt op basis van het verhaal van de patiënt en de bevindingen tijdens het lichamelijk onderzoek. Het moet worden bevestigd door een onderzoek (electromyografie [EMG] of een echo) bij de neuroloog. 

 

Bij lichte vormen van een CTS kan het onderzoek niet afwijkend zijn maar kan toch een behandeling zinvol zijn.
 

Wat is de behandeling?

 

Niet-operatief:

Bij een niet ernstig CTS kunnen niet-operatieve behandelingen als een (nacht) spalk of een injectie met corticosteroïden in de pols zinvol zijn. Dit geeft vaak vermindering van de klachten. Op lange termijn komen de klachten wel vaak terug en is een operatie nodig om de druk op de zenuw definitief weg te nemen. 
 

Operatief:
Een operatie kan poliklinisch plaatsvinden. U heeft hiervoor geen narcose nodig en wij gebruiken plaatselijke verdoving. U krijgt een snee van 3 cm in de overgang van de pols naar de hand. Bij de ingreep nemen wij het carpale ligament in uw pols door. Hierdoor wordt de tunnel verwijd en krijgt de zenuw weer ruimte. De wond wordt gesloten met hechtingen. Hierna krijgt u een drukverband. De totale ingreep duurt 20 minuten. In meer dan 90% van de gevallen verdwijnen de klachten na de ingreep. Meestal zijn de tintelingen binnen twee weken verdwenen. Het herstel van kracht kan veel langer (enkele maanden) duren. Hoe langer u klachten had voor de operatie, het langer het zal duren voor de klachten helemaal zullen verdwijnen. 
 

Wat zijn de complicaties van de operatie?
Alle operaties hebben risico’s op complicaties zoals nabloedingen of infecties. Dit is zeldzaam bij CTS. Bij een klein percentage van patiënten (mn bij zeer ernstig CTS) kunnen de klachten deels blijven bestaan maar wordt met de operatie in ieder geval voorkomen dat het erger wordt. Sommige patienten hebben de eerste maanden last van een gevoelig of zelfs pijnlijk litteken. Meestal is dit na maximaal 6 maanden voorbij. Lees voor de volledige lijst met mogelijke complicaties de chirurgische bijsluiter CTS.