Telefoonnummers

algemene informatie 033-850 5050
afspraken 033-850 6070

Pathologie onderzoeken

Welke onderzoeken worden er gedaan op de Klinische Pathologie?

 

Celonderzoek

Cytologisch onderzoek (celonderzoek) is onderzoek van cellen, bijvoorbeeld de beoordeling van het baarmoederhalsuitstrijkje, urine en elk ander soort lichaamsvocht.

 

De cellen worden direct op een microscoopglaasje aangebracht en vervolgens met een kleurstof zichtbaar gemaakt, waardoor ze onder de microscoop bekeken kunnen worden. Hierbij wordt gezocht naar cellen die afwijkingen vertonen ten opzichte van het normale celbeeld.

 

Indien nodig wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd, om tot een diagnose te komen. Bij dit proces maakt de Klinische Pathologie gebruik van de laatste technologische ontwikkelingen.

 

Op basis van dit onderzoek stelt de klinisch patholoog een diagnose en brengt de aanvragend arts hiervan op de hoogte. Deze kan vervolgens de behandeling in gang zetten.

 

Weefselonderzoek

Bij histologisch onderzoek (weefselonderzoek) neemt de arts bij de patiënt een klein weefselhapje uit het te onderzoeken orgaan. We noemen dit een biopt.

 

Als een groter deel van een orgaan, of een heel orgaan wordt verwijderd, dan heet dit een resectie. Dit wordt door een chirurg gedaan.

 

Het weefsel wordt op de Klinische Pathologie geschikt gemaakt om te worden bekeken onder de microscoop. Hierbij worden zeer dunne weefselplakjes van 4/1000 mm op een glaasje aangebracht. Het weefsel is van zich zelf transparant en kleurloos. Met kleurstoffen worden de weefselstructuren zichtbaar gemaakt, zodat de klinisch patholoog het preparaat onder de microscoop kan beoordelen. Indien nodig wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd, om tot een diagnose te komen. Bij dit proces maakt de Klinische Pathologie gebruik van de laatste technologische ontwikkelingen.

 

Op basis van dit onderzoek stelt de klinisch patholoog een diagnose en brengt de aanvragendarts hiervan op de hoogte. Deze kan vervolgens de behandeling in gang zetten.

 

Film: weefselonderzoek bij de behandeling van kanker

 


Obductie

Naast het weefselonderzoek en celonderzoek wordt er onderzoek verricht op patiënten die zijn overleden, waarbij organen en weefsels nauwkeurig worden onderzocht. Dit noemen we een sectie, of obductie.

 

Dit gebeurt alleen als nabestaanden hier toestemming voor geven. De redenen voor een obductie zijn meestal het onderzoeken van de doodsoorzaak en het ziekteproces dat de patiënt heeft doorgemaakt.

 

Een obductie is enigszins te vergelijken met een operatie en wordt uitgevoerd door een arts die hierin gespecialiseerd is: de patholoog. De ingreep wordt zorgvuldig én met respect verricht, op een zodanige wijze dat er achteraf zo weinig mogelijk van te zien is. Ook niet als het lichaam is opgebaard.

 

De weefsels of celmaterialen afkomstig van een obductie worden op dezelfde manier verwerkt als bij normaal weefsel- en celonderzoek.

 

Uitslag van het onderzoek

De behandelend arts of huisarts vertelt de uitslag aan de patiënt en/of de familie. Hij/zij kan dit plaatsen in het totale ziektebeeld, waarbij ook de resultaten van andere onderzoeken een rol spelen.

 

De klinisch patholoog deelt de uitslag nooit rechtstreeks mede. Meestal duurt het een aantal dagen voordat de uitslag bekend is. Wanneer aanvullend onderzoek nodig is, kan het langer duren. Dit komt doordat de verschillende aanvullende laboratoriumbewerkingen meer tijd kosten.