Telefoonnummers

algemene informatie 033-850 5050
afspraken 033-850 6070

Antistollingsbehandeling

Behandeling met antistollingsmedicijnen
Er zijn ziekten en omstandigheden die trombose kunnen uitlokken.  Dan is het zaak om op tijd in te grijpen. In feite wordt uw bloed minder stolbaar gemaakt. Er zijn speciale medicijnen die dat kunnen, bijvoorbeeld fenprocoumon (Marcoumar®) en acenocoumarol (Sintrom Mitis®).
Deze medicijnen brengen een beaald risico met zich mee. Zeker wanneer er meer van wordt ingenomen dan nodig is. De stolbaarheid van het bloed wordt dan te veel geremd en er kunnen makkelijk  (ernstige) bloedingen ontstaan.

Het is de taak van de Trombosedienst u hiertegen te beschermen. De Trombosedienst probeert er voor te zorgen dat het antistollende effect in uw bloed niet te groot is (kans op bloedingen) en ook niet te klein (kans op trombose). Voorwaarde voor een zo goed mogelijke behandeling is wel dat u de adviezen van uw Trombosedienst nauwkeurig volgt.

Duur van de behandeling
Een antistollingsbehandeling stopt pas:

  • als de kans op trombose of embolie heel klein is geworden of is verdwenen
  • als er een verhoogde kans op een bloeding is.


Over de duur van de behandeling beslist uw behandeld arts en niet de Trombosedienst.

Levenslange antistollingsbehandeling
Bij sommige aandoeningen is een levenslange antistollingsbehandeling noodzakelijk. Voorbeelden:

  • boezemfibrilleren
  • mechanische kunstklep in het hart
  • sommige andere hartafwijkingen
  • herhaald optreden van een trombosebeen of longembolie.


Tijdelijke antistollingsbehandeling
Een tijdelijke antistollingsbehandeling komt onder andere voor:

  • na een orthodepische operatie (6 weken tot 3 maanden)
  • na een longembolie (meestal 6 maanden).


Bij een erfelijke risicofactor bekijkt de arts individueel of (en hoe lang) de antistollingsbehandeling gecontinueerd wordt.