Z7_J168HAS0J07350AQUVRUEI30B0

Actions
Loading...

Telefoonnummers

algemene informatie 033-850 5050
afspraken 033-850 6070

Percutane Coronair Interventie (dotterbehandeling)

Op de afdeling Hartkatheterisatiekamers vinden cardiologische interventies plaats zoals Percutane Coronaire Interventies (de zogenaamde dotterbehandeling) en drukmetingen van de kransslagaders (Fractionele Flow Reseve).

 

U kunt een dotterbehandeling ondergaan na aanleiding van een hartkatheterisatie welke bij u is uitgevoerd.

Maar u kunt ook in een acute situatie te maken krijgen met een dotterbehandeling wanneer u getroffen bent door een acuut hartinfarct.

Bij deze laatste situatie wordt u rechtstreeks door de medewerkers van de ambulance naar de hartkatheterisatiekamer gebracht, waar het cardiologisch team klaarstaat om u zo snel mogelijk te helpen.

 

 

Een Percutane Coronaire Interventie (dotterbehandeling) lijkt veel op een hartkatheterisatie.

 

In een niet-acute situatie meldt u zich op de verpleegafdeling B6. De verpleegkundige zal een anamnese (vragenlijst) bij u afnemen. Hierna wordt u voorbereid voor de behandeling. U wordt in een rolstoel of bed naar de hartkatheterisatiekamer gebracht, waar u vervolgens mag plaatsnemen op de behandeltafel.

 

U krijgt ECG-elektroden opgeplakt op uw armen, borst en buik waarmee uw hartritme gedurende de behandeling goed in de gaten wordt gehouden.

De plaats waar de katheter in uw lichaam wordt ingebracht (in principe de rechter pols), wordt gedesinfecteerd en verdoofd.

Vervolgens brengt de cardioloog een klein buisje in de rechter polsslagader (Radialis) waardoor hij de katheter opvoert naar de kransslagaders.

Om de bloedvaten in uw arm wijder te maken krijgt u medicijnen toegediend wat even een warm gevoel in uw arm zal geven.

De cardioloog zal nu contrastvloeistof inspuiten wat het mogelijk maakt de exacte plaats van de vernauwing zichtbaar te maken. Hierna brengt de cardioloog een heel dunne draad in langs de vernauwing in de kransslagader.

Vervolgens schuift hij via de draad een ballon naar de plek van de vernauwing.

 

 

Wanneer de ballon op de goede plek ligt wordt hij opgeblazen. Door het opblazen van de ballon wordt de vernauwing als het ware weg geperst: de kransslagader wordt op die plaats dus wijder gemaakt

 

Op het moment dat de ballon is opgeblazen wordt de kransslagader even volledig afgesloten. Dat kan op dat moment wat pijn op de borst bij u veroorzaken. Dit betekent niet dat er iets fout gaat, maar de klachten ontstaan door de behandeling zelf. Meestal wordt de ballon niet langer dan enkele seconden opgeblazen. Als de ballon weer leeg is, komt de bloedstroom weer op gang en verdwijnen uw klachten snel.

 

Stent

In veel gevallen plaatst de cardioloog na het oprekken van de kransslagader ook een stent om de kransslagader open te houden. Een stent is een klein buisje gemaakt van gaas, metaal of kunststof.

Het is te vergelijken met een veertje uit een ballpoint. Het voorkomt dat er opnieuw een vernauwing ontstaat op dezelfde plek in de kransslagader. 

Tijdsduur

Een dotterbehandeling duurt ongeveer 1 tot 2 uur

 

Nazorg

Na afloop van de dotterbehandeling wordt het aangeprikte bloedvat in de pols een tijd dichtgedrukt.

Om de pols wordt een polsband met lucht geplaatst die de aanprikplaats tijdelijk afdicht. U hoeft geen bedrust te houden na de ingreep, maar u moet de polsband wel een aantal uren omhouden. De verpleegkundige op de afdeling geeft aan hoe lang dit nodig is.

 

Als u de behandeling via de lies heeft ondergaan, dan zal de cardioloog een zogenaamde plug (Angioseal) plaatsen. Een plug is een dopje gemaakt van eiwit dat de aanprikplaats afdicht. Deze plug lost binnen 90 dagen vanzelf op. Tot die tijd moet u een kaartje bij u dragen waarop vermeld staat dat er bij u een plug is geplaatst, dit kaartje krijgt u na de behandeling mee. Meestal komt er ook nog een drukverband om uw rechter lies gedurende twee uur en moet u stil blijven liggen.

 

Na de behandeling moet u het de eerste dagen rustig aan doen en mag u geen zware voorwerpen tillen, fietsen, sporten of autorijden om nabloedingen te voorkomen.

 

(Zie ook onze patiëntenfolder: Dotteren en stentbehandeling)

 

 

 

 

 

 

Snel naar