Telefoonnummers

algemene informatie 033-850 5050
afspraken 033-850 6070

Onderzoek naar zeldzame vorm lymfklierkanker bij borstimplantaten

Hoewel het zelden voorkomt, is er een duidelijk verband aangetoond tussen het krijgen van lymfeklierkanker in de borst en siliconen borstimplantaten. De kans op het krijgen van deze zeldzame vorm van lymfklierkanker in de borst bij siliconen implantaten is vastgesteld op 1 op 35.000 voor het 50e levensjaar. Dit loopt op tot circa 1 op 7.000 als een vrouw met implantaten de leeftijd van 75 jaar heeft bereikt. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek door Nederlandse plastisch chirurgen in samenwerking met pathologen, hematologen en epidemiologen.

 

Nederland loopt internationaal voorop met dit onderzoek. Er zijn nu harde cijfers in plaats van ruwe schattingen over de kans op het krijgen van deze zeldzame vorm van lymfeklierkanker bij borstimplantaten. Daarnaast zijn de uitkomsten van belang voor de voorlichting van vrouwen die in aanmerking komen voor een borstreconstructie of om cosmetische redenen siliconen implantaten overwegen.

 

In Nederland hebben ongeveer 200.000 vrouwen borstimplantaten. Sinds enkele jaren is er toenemende aandacht voor de relatie tussen borstimplantaten en de zeldzame vorm van lymfeklierkanker in de borst (afgekort ALCL, grootcellig anaplastisch T-cellymfoom). Deze zeldzame vorm van lymfeklierkanker is niet te verwarren met borstkanker. De onderzoekers onderzochten twee jaar lang het risico voor vrouwen met borstimplantaten op het krijgen van lymfeklierkanker in de borst. Uit het onderzoek is nu gebleken dat vrouwen met een borstimplantaat een hoger risico lopen op het krijgen van deze vorm van lymfklierkanker (geen borstkanker) dan vrouwen zonder borstprothese.

 

Tegelijkertijd blijft het een zeldzame aandoening: de kans voor vrouwen met implantaten is ongeveer 1 op de 35.000 bij een leeftijd van 50 jaar. Die kans neemt toe met de leeftijd, tot 1 op 12.000 bij 70 jaar en 1 op 7.000 bij een leeftijd van 75 jaar. Bij de meeste vrouwen blijft de ziekte beperkt tot de borst en ongeveer 90 procent geneest volledig na verwijdering van de prothese en het kapsel. In sommige gevallen, als de ziekte verder is verspreid, is aanvullende behandeling nodig.

 

De oorzaak van het ontstaan van borstimplantaat geassocieerd ALCL is nog onbekend. De beroepsvereniging NVPC hoopt dat er geld beschikbaar komt voor vervolgonderzoek om beter te kunnen begrijpen hoe de ziekte precies ontstaat en welke vrouwen risico lopen, zodat ALCL in de borst in de toekomst mogelijk kan worden voorkomen.

 

Advies: bij klachten laten onderzoeken
Eventuele klachten bestaan uit het in korte tijd groter worden van de borst met een borstprothese of een nieuwe, groeiende knobbel in de borst. Deze vrouwen worden geadviseerd zich te melden bij de huisarts voor een verwijzing naar een plastisch chirurg of bij hun behandelend plastisch chirurg. Plastisch chirurgen kunnen, soms door onderzoek, kijken of er sprake is van ALCL of dat de klachten een andere oorzaak hebben.
 
De NVPC heeft de zogeheten chirurgische bijsluiter aangepast met alle actuele, relevante informatie voor vrouwen met borstimplantaten of vrouwen die overwegen implantaten te nemen. Ook is er een informatieve voorlichtingsfilm gemaakt over ALCL. Deze film is samen met de bijsluiter te vinden op de website van de NVPC https://www.nvpc.nl/ met bovendien veel gestelde vragen en antwoorden voor patiënten.

Informatie bijgewerkt: 8 januari 2018