Meander start revalidatieprogramma voor kankerpatiënten

Begin september 2005 startte de eenheid Revalidatiegeneeskunde van Meander met een pilot van het programma Herstel en Balans. Herstel en Balans is een landelijk revalidatieprogramma dat op initiatief van de integrale kankercentra is opgesteld voor (ex-)kankerpatiënten, die klachten houden als vermoeidheid, angst en onzekerheid. Revalidatiearts Willem Hokken en fysiotherapeut Mieke ten Cate vertellen over het belang van dit programma voor kankerpatiënten en hun ervaringen tot nu toe.

Er zijn al bijna 40 zorginstellingen in Nederland die Herstel en Balans met succes aanbieden. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de kwaliteit van leven van de meeste deelnemers tijdens het programma duidelijk verbetert. "Reden voor Meander om zich hier ook bij aan te sluiten”, legt Willem uit. “Er zijn steeds meer patiënten die de ziekte kanker overleven. Daarom wordt structurele nazorg steeds belangrijker. Omdat in de regio Eemland nog geen revalidatieprogramma voor kankerpatiënten werd aangeboden, hebben wij gekeken of we in Meander mensen, ruimte en voorzieningen bij elkaar konden krijgen om Herstel en Balans aan te bieden. En dat is gelukt op locatie Baarn! In januari starten we met een nieuwe, reguliere groep patiënten.”

Multidisciplinair
Het Herstel-en-Balansteam van Meander bestaat uit twee revalidatieartsen, twee medisch maatschappelijk werkers en drie fysiotherapeuten. Zij volgden het verplichte scholingsprogramma Herstel en Balans, dat het Integraal Kankercentrum Midden Nederland (IKMN) in samenwerking met het UMC Utrecht aanbiedt. Behandelend artsen, oncologieverpleegkundigen en huisartsen kunnen patiënten die de behandeling hebben afgerond verwijzen. De revalidatieartsen beoordelen tijdens de intake of de patiënt lichamelijk en psychisch in staat is om aan Herstel en Balans deel te nemen. Willem: “De kracht van het programma zit hem in de multidisciplinaire aanpak. Patiënten werken drie maanden in een groep van maximaal twaalf deelnemers aan lichamelijk, geestelijk en sociaal herstel.” Mieke: “Het programma is behoorlijk intensief. De deelnemers hebben twee keer per week fysiotherapie, waar ze met behulp van fitness, sport en spel en ontspanningsoefeningen een fysiek betere conditie opbouwen en hun grenzen beter leren kennen. Daarnaast volgen zij elke week een psychosociale bijeenkomst, waarin telkens een ander thema aan bod komt, zoals omgaan met vermoeidheid en het verwerken van emoties. En er zijn partnerbijeenkomsten. Maar uiteindelijk levert het hen meer energie op.”

Lotgenotencontact
De resultaten zijn positief. Mieke: “We horen nu al dat deelnemers zich beter beginnen te voelen. Patiënten krijgen meer zelfvertrouwen en durven weer meer te bewegen. Ook het lotgenotencontact speelt een belangrijke rol. We zien dat de deelnemers veel steun aan elkaar hebben. Ze herkennen zich in de verhalen van anderen en hebben het gevoel er niet alleen voor te staan. Het is ook opvallend om te zien dat deelnemers er echt naar uit zien om te komen.”
Een leukemiepatiënt beaamt dit. Na de behandeling met chemokuren en medicijnen had hij nog veel last van vermoeidheid. “Ik voel me inderdaad fitter! De vermoeidheid is nog niet helemaal weg, maar door de trainingen heb ik meer kracht in mijn lichaam. Ook de aandacht voor de psychosociale gevolgen van kanker vind ik erg goed. Want door trainen alleen kom je er niet, in je hoofd moet het ook op orde zijn.”