Viewer voor webcontent

Actions
Loading...

Referentiewaarden D

 

Onderzoek

mat

m/v

leeftijd

ref.gebied

eenheid

D-dimeer

bloed

 

≤ 50 j

< 0,50

mg/L

      > 50 j leeftijd x 0,01* mg/L

DHEA-S

bloed

m

20 - 29 j

8 - 17

µmol/L

 

 

 

30 - 49 j

3 - 14

µmol/L

 

 

v

20 - 29 j

2 - 10

µmol/L

 

 

 

30 - 49 j

1 - 7

µmol/L

DPD (Deoxypyridinoline)

urine

m

 

< 5.4

nmol/mmolkreat

 

 

v

 

< 7.4

nmol/mmolkreat

 

 

 

> 55 j

< 10

nmol/mmolkreat

Directe Coombs

bloed

 

 

Neg

 

Dopamine

bloed

 

< 18 j

op aanvraag

 

     

> 18 j

< 0.9

nmol/L

 

Leeftijdsgerelateerde afkapwaarde D-dimeer

Bij de diagnostiek van diep veneuze trombose (DVT) wordt in eerste instantie gebruik gemaakt van een klinische beslisregel (de eerstelijns beslisregel –zie ook de MCCE werkafspraak DVT-) om de vooraf kans in te schatten. Indien de vooraf kans op basis van de klinische beslisregel als laag wordt ingeschat, kan vervolgens de D-dimeerbepaling gebruikt worden om een trombosebeen veilig uit te sluiten als de waarde hiervan kleiner is dan 0,50 mg/L.
De D-dimeerwaarde stijgt echter geleidelijk met de leeftijd, zodat bij ouderen de waarde van de D-dimeer ook zonder trombosebeen vaak al hoger dan 0.50 mg/L uitkomt. Uit meerdere studies is inmiddels gebleken dat het aanpassen van de afkapgrens voor de D-dimeer test tot < 0,01 x leeftijd (bij patiënten boven de 50 jaar) veilig kan. Dus bij een 70-jarige patiënt wordt de afkapwaarde  < 0,01 x 70 = < 0,70 mg/L. In samenspraak met de longartsen en internisten is het klinisch chemisch laboratorium per 1 april overgegaan op deze nieuwe leeftijdsafhankelijke afkapwaarde. Tot 50 jaar blijft de afkapwaarde dus 0,50 mg/L, bij patiënten boven de 50 jaar wordt de grens van de afkapwaarde automatisch aangepast in het systeem.

De MCCE werkafspraak DVT is in herziening en hierin zal bovenstaande worden meegenomen. In de toekomst zal er een (nieuwe) MCCE werkafspraak voor de diagnostiek en behandeling van Longembolie ontwikkeld worden.