Tibiaplateaufracturen

De tibiaplateaufractuur ontstaat ten gevolge van gelijktijdige verticale druk en flexie. Vroeger was een hoge val de meest voorkomende oorzaak, tegenwoordig is dat het verkeersongeluk. Op de afdeling ligt het aangedane been een aantal dagen op een beweegbare slede (schiene) in combinatie met een voetpomp om het been te ontzwellen. Gestreefd wordt naar anatomisch herstel en stabiele fixatie van de fractuurstukken, of conservatieve behandeling, die veelal bestaat uit een poging tot gesloten repositie gevolgd door immobilisatie met gips of vroege functionele behandeling. De operatie vindt meestal plaats op de 7-10e dag.

-         Conservatief
Als er geen sprake is van een impressie of dislocatie van het plateau. Eventueel kortdurend gips voor pijnbestrijding. Onbelast 4-6 weken (afhankelijk van de fractuur), daarna belasten op geleide van de pijn met behulp van de fysiotherapeut. Soms helpt een brace.

-         Operatie
Osteosynthese met schroeven en (meestal) een plaat (mediaal, lateraal of beiden). Soms worden botvervangers (bone chips) gebruikt om het plateau te ondersteunen. Nabehandeling zoals hierboven beschreven.

De hechtingen moeten minstens 2 weken blijven zitten. De plaat ligt pal onder het litteken. Tekenen van een wondinfectie moeten worden behandeld met antibiotica (bv Augmentin). Patiënten krijgen 6 weken antistolling (fraxiparine). De knie zal in de loop van de maanden dunner worden, het bovenbeen atrofisch (Quadriceps). Fysiotherapie wordt direct na de operatie gestart. Pijn kan ten gevolge van het materiaal (plaat of uitstekende schroeven). Na een jaar kan dit verwijderd worden. Vaak blijft een strekbeperking bestaan. Na jaren kan er pijn ontstaan ten gevolge van gonarthrosis.

Bij de leeftijd van 50 of ouder worden ze gescreend op osteoporose (poli interne). Na 6 weken wordt een controlefoto gemaakt. Zeker een jaar lang bestaan er pijnklachten of een afwijkend looppatroon. De arbeidsongeschiktheidsduur is bij zwaar werk minstens 3 maanden.