Kinderfracturen

De botgenezing bestaat uit de volgende fases:

  • Inflammatoire fase
  • Reparatie fase
  • Remodellering fase

Remodellering is afhankelijk van de skeletleeftijd en de afstand tot het gewricht. In de metafyse gaat dat sneller en beter dan in de diafyse. Maar over het algemeen is bij kinderen sprake van een goede remodellering; daarom worden standsafwijkingen na fracturen vaak geaccepteerd.

Enkele voorbeelden van de meest voorkomende fracturen en behandeling:

  • Pols - greenstick: drukverband of spalk gedurende 1 week, daarna functioneel
  • Pols – cortexonderbreking: 3 weken gipsimmobilisatie
  • Antebrachii: conservatief (zoveel weken gips als het kind in jaren oud is tot maximaal 10 weken), operatief (vaak elastische pennen)
  • Proximale humerus: bijna altijd conservatief; 2 weken geen rotatiebewegingen, wel vanaf dag 1 actieve en passieve abductie en elevatie oefenen
  • Supracondylaire humerus: vaak op 6 jarige leeftijd; bij dislocatie operatie met 2 K-draden,daarna verband (verband en draden worden na 3 weken op de poli verwijderd), elleboog niet passief laten oefenen door fysiotherapeut (geduld is een schone zaak).
  • Femurschacht: tot en met 4 jaar en 12 kilo Bryant-tractie gedurende 2-3 weken
  • Tibiaschacht: meestal gipsbehandeling gedurende 4 weken, daarna eventueel tibiabrace (voor sport en school 2 weken).


Belangrijk is om de ouders uit te leggen dat door remodellering de stand na 1 tot 2 jaar weer is gecorrigeerd. Nadat gips of pennen zijn verwijderd zal het kind zelf aangeven wanneer hij of zij arm of been weer kan gebruiken. Als het kind langdurig niet belast of de arm niet gebruikt kan met fysiotherapie worden gestart.