Heupfractuur

Heupfracturen worden ingedeeld in intra (collum femoris) –en extracapsulair (trochanter femoris).

Afhankelijk van de stabiliteit en leeftijd van de patiënt wordt de operatie-indicatie gesteld en een implantaat uitgekozen. Dit gebeurt in principe dezelfde dag.

Conservatief
Bij patiënten die jonger zijn dan 70 met een stabiele geinclaveerde mediale collum fractuur. Patiënt mag belasten op geleide van de pijn.

Operatie

  • Collumfractuur:

Stabiel: osteosynthese (2-3 schroeven of dynamische heupschroef DHS)

Instabiel: osteosynthese (schroeven of DHS) of heupkopvervanging (kophals of totale heupprothese), afhankelijk van de patiënt, de leeftijd, de fractuur en de botkwaliteit.
 

  • Pertrochantere femurfractuur:

Intramedullaire pen (een korte of lange gammanagel)

De patiënt komt na een heupfractuur op uw spreekuur met klachten.
Meestal revalideren patiënten in een verzorging -of verpleeghuis. Vaak hebben patiënten een gestoord looppatroon en pijn na deze operatie. Aanhoudende of verergerende pijn in de lies gaat meestal uit van de fractuur (nog niet genezen of problemen met het osteosynthese materiaal). Pijn ter plaatse van de wond ligt meestal aan de schroeven (steken iets uit). Of er is sprake van een wondinfectie, echter dit komt weinig voor. Postoperatief moet altijd een volledige belasting kunnen worden toegestaan.

Patiënten krijgen 6 weken antistolling (fraxiparine). Bij de leeftijd van 50 of ouder worden ze gescreend op osteoporose (poli interne). Na 2 maanden wordt een controlefoto gemaakt. Een gestoord looppatroon kan ook veroorzaakt worden door een beenlengteverschil. Als hier sprake van is moeten steunzolen (tot 1 cm) of een maatwerk schoen (>1cm) worden aangemeten.